Vleesboom

Er zijn woorden die ik liever niet hoor. ‘Vleesboom’ bijvoorbeeld. Soms ontkom je er niet aan: mensen praten graag over het menselijk lichaam, zeker wanneer het een imperfectie betreft.
Op de Lindemarkt, in de smalle gang tussen de kramen, schalde een stem links van me: ‘Wist je dat Maria een vleesboom heeft?’
Ik probeerde er van weg te komen, van die woorden die duidelijk een inleiding vormden tot een verhaal dat nog lang kon gaan duren, maar werd tegengehouden door een dikke vrouw met een enorme zak bloedsinaasappelen in haar armen. (‘Bloedsinaasappel’ hoor ik ook liever niet.)  Ze versperde de doorgang met haar boezem die onder haar strakke jasje lilde als pudding op een schaal. Bij iedere beweging probeerde haar vlees te ontsnappen uit de lagen textiel waarmee ze het binnen de perken probeerde te houden. De vrouw was wat moderne mensen ‘mega’ noemen. Vleesboom, dacht ik onwillekeurig.
Ik legde me neer bij het onvermijdelijke en luisterde.
‘Wel 15 centimeter is ie.’ Het klonk bewonderend, alsof de Maria in kwestie er hard voor had moeten werken haar gewas zo groot te krijgen. ‘En hij groeit nog steeds als kool.’
Thuis vroeg ik me af of een vleesboom mannelijk of vrouwelijk is. Het ding groeit uitsluitend in vrouwenlichamen, maar bij een boom denk ik meer aan een vent. Ik googelde ‘vleesboom’. Er was een site die begon met de woorden ‘Welkom op vleesboom’, die site heb ik niet aangeklikt. Er was een ander die vertelde dat vleesbomen zo groot kunnen worden als sinaasappels. Bloedsinaasappels, dacht ik, alweer onwillekeurig.
Waar ik bang voor was, gebeurde. De vleesboom had zich geworteld in mijn gedachten. Op een kladblok tekende ik er een. Het was een eik. Niet lelijk. Met rode inkt was hij mooier dan met bruine. Een berk ging niet, een berk met bruine bast is een dode berk en een vleesberk leeft, dat is juist het probleem.
Ik dacht aan de Maria van de markt met haar vleesboom. Zou Jezus niet geboren zijn als de heilige Maria een vleesboom had gehad? Zoiets roept vragen op. Een Goddelijke vleesboom in plaats van een verlosser. De wereld zou er anders uit hebben gezien.
Ik ben er nog lang mee bezig geweest die dag.