Blindeman

Wij aten in cafe Amsterdam. Voor de niet Amsterdammers onder ons: dat is een restaurant in een oude gashouder. In de verte, het restaurant is nogal groot, zag ik iemand langs de tafels gaan, daarbij telkens halt houdend. Het was een vrouw, ze had een rokje aan. Steeds wanneer ze stil stond maakte ze een kleine beweging met haar armen, alsof ze iets ophield waar de gasten naar moesten kijken. Wanneer die dat naar wens gedaan hadden, liep de vrouw verder.
Langzaam kwam ze onze richting uit. Eindelijk kon ik zien wat ze in haar handen hield: een wit papier. Aan de reactie van de kijkers viel niet op te maken wat er op geschreven stond. Sommigen keken glazig, anderen zuur. Een enkeling glimlachte wat meewarig en trok de schouders maar ‘ns op. Mijn hersens draaiden overuren. Was de vrouw stom en had ze daarom haar dringende tekst op een bord geschreven?
Onlangs stuurde ik een ansichtkaart aan een bevriend kunstenaar. Net als zoveel andere scheppers had hij het even niet makkelijk met zijn vak. Op de kaart stond een blinde man. In zijn handen hield hij een bord met daarop de tekst: ‘Ik kan geen kunst meer zien’. Ikzelf was vooral ingenomen met de manier waarop de blinde zijn mening ventileerde. Stilletjes. In een tijd waarin iedereen voortdurend luidkeels zijn mening uit, leek het me een mooi idee om het concept van de blinde man te introduceren. Eén mening per dag, geschreven op een bord dat je zo af en toe aan een welwillende derde kunt tonen.
De vrouw met het rokje bereikte het laatste tafeltje van de rij en draaide zich om. Het was de eigenaresse van het restaurant. Uitdrukkingsloos hield ze opnieuw het bord op voor de gasten die ze passeerde. Pas toen ze voor ons stond kon ik de tekst lezen: Ajax – Twente, 3 – 2. Ze liep te snel door om haar te kunnen vertellen over het concept van de blinde man. Misschien vraag ik haar volgende week of ze het voorstel op een bord wil schrijven en opnieuw een ronde langs het publiek wil maken. Misschien dat het helpt.