Als ik jou was

Sinds ik een hond heb is mijn leven veranderd. Dat gebeurt nu eenmaal wanneer je met een dier gaat samenwonen, maar ik wil het hier niet over de hond hebben. Het gaat mij om de mens. Of meer precies; de houding van die mens tav mij en de hond. Tegelijk met het diertje is het monster van de ongevraagde adviezen mijn leven binnengeslopen.
‘Je moet niet ingrijpen hoor,’ zei een vrouw toen een wildvreemde hond met een schofthoogte van minstens een meter, grommend op mijn pup ging zitten. Ik nam aan dat ze het tegen mij had, er was niemand anders in de buurt.
Een langslopende man adviseerde een harde aanpak toen mijn 16 weken oude beestje gister vrolijk naar mijn fladderende broekspijpen wilde happen. Voor ik iets kon antwoordden begon hij een lezing over jachtgedrag en roedelvorming.
Ik werkte eens met iemand die bij alles wat ik deed zei: ‘Als ik jou was..’. Daarop volgde dan een dwingende suggestie. Ze was van alle markten thuis deze vrouw, bij elk onderwerp klonk een ‘als ik jou was…’ Iedere keer stond ik met de mond vol tanden, totdat ik van een klein kindje het enige afdoende antwoord hoorde: ‘Zelf doen.’
Vorige week was er een documentaire over Ray Charles op tv. Een van zijn  collega’s mijmerde over Ray’s verdienste in de muziek en zei ten slotte: ‘Op de schouder van sommigen van ons laat God zijn hand iets langer rusten.’ De muzikant in kwestie had graag aanwijzingen van de getalenteerde Charles gekregen, ook ongevraagd. Maar waardevolle adviezen vallen niet als manna uit de hemel.
Ik vraag me nu af of het geven van ongevraagde adviezen omgekeerd evenredig is aan de hoeveelheid kennis die iemand over het onderwerp beschikt. Hoe meer je weet, hoe minder je anderen met je kennis opzadelt, en andersom.
Eigenlijk is het met adviezen niet anders dan met honden. Die moet je kort aan de lijn houden, anders gaan ze zwalken. Dat zegt mijn hondenjuf, en zij heeft er verstand van.