Breinfout

‘Bijt ie al n beetje van zich af?’ De vragensteller keek streng naar mijn kleuterhond. Die kwispelde en ging op z’n staart zitten. Gelukkig verstaat hij geen Nederlands.

Ik vroeg me af of het jongetje bij de lagere school een straat verderop dezelfde tip had gekregen van zijn moeder. Hij hakte er flink op los. Dat zijn slachtoffer repeterend uitriep dat hij niets gedaan had, dat maakte het van-zich-af-bijtertje niets uit. ‘Volgende keer hak ik je kop eraf,’ riep hij verlekkerd toen hij uitgemept was.Trots keek hij het toegestroomde kinderpubliek aan, voeten uit elkaar, hoofd in de nek. Het slachtoffer zag zijn kans schoon en rende weg. Toen hij buiten pakafstand was schreeuwde hij zijn belager iets toe: ‘Jij hebt geen geweten!’ De mepper keek hem verbijsterd aan.

Ik heb lang gedacht dat je iedereen op zijn geweten kon aanspreken. Wanneer je een dader lang in de ogen kijkt, je gewonde hart openlijk toont, zal zelfs de meest versteende ziel verzachten. Mijn overtuiging veranderde in een illusie toen ik vernam dat gewetenloosheid een kwestie is van een fout in het brein. Een fysieke tekortkoming waardoor je een gewetenloze niets kunt verwijten. Mij valt te verwijten dat ik een gemankeerd mens maar moeilijk kan vergeven wanneer het mij iets aandoet.

Gister hoorde ik een gedicht van Wislawa Szymborska.

‘De buizerd heeft zichzelf niets te verwijten

Scrupules zijn vreemd aan de zwarte panter

Piranha’s twijfelen niet aan de billijkheid van hun daden

De ratelslang applaudisseert voor zichzelf zonder voorbehoud’

De woorden verruimden mijn vergevingsgezindheid. Denkend als dier wordt het leven zacht als een gladgestreken vacht. Wanneer mijn hond later toch nog van zich af gaat bijten dan hoef ik hem gelukkig niets te verwijten. Het woord moord is niet door een dier bedacht.