Russisch water

Ik luisterde naar een item op Hilversum 1. Het ging over jongeren en drank. Er werd getwijfeld over de handhaving van de leeftijdsgrens. Kinderen beneden zestien mogen geen bier maar hebben wel dorst, zo werd gedacht. En dorst is handel, zo werd ook gedacht. Daarom besloot een journalist de proef op de som te nemen; hij vroeg zijn vijftienjarige neefje te bellen naar de bierkoerier.
We volgden het gesprek. De jongen bestelde een six-pack, naar zijn leeftijd werd niet gevraagd. Dat was niet genoeg voor het item, de journalist instrueerde zijn neefje het er dikker bovenop te leggen. ‘Je moet zeggen dat je nog geen zestien bent,’ ik hoor ‘t hem sissen. ‘Ik ben nog geen zestien hoor,’ bouwde het neefje hem na. De bierkoerier viel stil. Hij dacht na. Dat duurde lang. Verweekte hersens waarschijnlijk, hij dronk vast al voordat hij zestien was. ‘Zijn je ouders thuis?’, vroeg hij vervolgens. Toen het neefje bevestigend antwoordde, kreeg hij alsnog zijn six-pack. Het was niet genoeg voor het item.
De journalist liet zijn neefje een tweede koerier bellen. De jongen bestelde een krat bier en vertelde dat hij nog geen zestien was. ‘Wanneer wordt je dat dan?’, vroeg de bierkoerier. ‘Over twee dagen,’ zei het neefje balorig. Hij kreeg zijn bestelling. ‘Zie je wel,’ juichte de journalist. Ik vroeg mij af of hersens precies zestien jaar na geboorte op stel en sprong veranderen zodat alcohol er geen vat meer op heeft.
‘Jij moet het hebben van je hersenen,’ hoorde ik ‘ns iemand tegen zijn zoon zeggen. De zeventienjarige jongen wilde met vrienden op vakantie. Zijn vader vroeg hem of een weekje camping opwoog tegen het vergooien van zijn carriere. Ik vroeg mij af of mensen die het van hun handen moeten hebben wel gewoon een biertje kunnen drinken.
Vroeger dronk mijn halve klas op feestjes. We waren vijftien en een half jaar. De jongens bier, de meisjes bessen-jus. Of pisang-jus, om de kleur. Niemand raakte ooit in coma en het eerste geval van hersenloos werk moet zich nog aandienen. Ik vroeg mij af of wij een goed of juist slecht hersenbouwjaar waren.
‘Je moet ergens een grens stellen,’ zei een vader tegen mij toen ik hem mijn vragen voorlegde. Hij was sowieso geen voorstander van alcohol. Wel van sauna’s. Russische vooral. Daar ging hij met het hele gezin in. Hij vertelde over de grootste attractie van de saunagang: de Rus die vocht over de hete stenen gooide. ‘Hij zei dat het levensvocht uit zijn land was. Russisch water of zoiets.’ Vooral zijn kinderen waren er erg giechelig van geworden. Gelukkig waren ze net zestien.