Menscrackers

In de krant staat een stuk over een festivalkok. Hij vindt het belangrijk te weten waar zijn voedsel vandaan komt. Ieder jaar koopt hij een varken op een hoeve ergens bij Eindhoven. Het dier krijgt van de festivalkok een naam. Als het beest geslacht wordt, weet hij dat het om Jantje of Pietje gaat. Hoe hij dat zo zeker weet, dat vraag ik mij af. Misschien houdt de festivalkok de poot vast wanneer Jan of Piet de genadestroomstoot krijgt.
De dood is maar een ingewikkeld ding. Dan bedoel ik niet de dood an sich –  hoewel daar ook wat over te zeggen valt- maar het resultaat van de dood die is komen huishouden: het ontzielde lichaam. Daar zijn twee mogelijkheden voor: eten of niet eten. In het laatste geval dienen zich in Nederland opnieuw twee mogelijkheden aan: begraven of verbranden (hoewel onlangs een gestorven scheepshond een zeemansgraf kreeg, een lovenswaardig alternatief. Zou dat ook met mensen mogen?)
Sinds het huisdier tot emotioneel gedachtegoed is verheven is er een nieuw discussiepunt ontstaan: verbrand je een dier collectief of huur je een prive oven? Laatst hielp iemand mij uit de romantische droom dat de huisdierurn uitsluitend gevuld is met de as van jouw verbrande dier: er zit vrijwel altijd ook hond/kat/hamster van een ander is. Stoort dat wanneer je de as in ceremonie alsnog begraaft? Herinnering kent geen lichaam.
Als kind zag ik een wonderlijke film. Het verhaal speelde zich af in een bijna vergane wereld, niets groeide er meer. Er was geen voedsel; de mens hield zich in leven met crackers. De hoofdpersoon in de film ging op onderzoek uit, de vraag waar de crackers van gemaakt werden hield hem uit zijn slaap. Aangezien alle huisdieren op waren, bleef er nog één mogelijkheid open: mensen. Het crematorium bleek een bakkerij. De film liet de kijker achter met een dilemma: mag je iemand opeten als je honger hebt?
De festivalkok vertelde nog dat hij zich aan één varken sterk gehecht had. Hij had het dier na de slacht dan ook ‘he-le-maal’ opgebruikt. Ik vond dat een mooie gedachte. Dat je, wanneer je van iemand houdt, hem ‘he-le-maal’ opgebruikt. In arme landen doen ze dat omdat ze honger hebben. In welvarende landen gaat er slechts liefde door de maag.