Humaan kadaveren

Ik kreeg een bericht van E. Ook zij had het varkensverhaal van de festivalkok gelezen (zie blog ‘menscrackers’). Ze stelde me een vraag: of ik, als mijn hond een koe was wiens ‘tijd was aangebroken’, een lekker maal van het dier zou bereiden. Daar moest ik over nadenken.
Vroeger had ik paarden. Een ervan moest afgemaakt. Hij eindigde zijn paardenbestaan in het abattoir, zo ging dat in die tijd. De dood heeft honger; het beest is worst. De tijden veranderden. De meisjes gingen roze rijbroeken dragen, hun paarden bijpassende bandages, als polsbandjes rond de armen van een tennisster.Toen zo’n prijsdier was opgereden, weigerde zijn bazin het beest naar het slachthuis te brengen. Dat vond ze zielig. Voor het paard of voor zichzelf, vroeg ik haar. Dat was een ongepaste vraag.
In plaats van de slager liet ze het dier ‘humaan inslapen’. In de buitenbak van de manege. Na het humane inslaapritueel –een spuitje voor de slaperigheid, een spuitje voor meer slaperigheid, de finale spuit voor dodelijke slaperigheid- was voor het rozegebroekte paardrijmeisje het werk gedaan. Ze had echter geen rekening gehouden met het restant van haar prijsdier: zo’n 550 kilo stijf wordend lichaam dat uit het mulle zand verwijderd moest worden. Door de kadaverdienst. Die kon met zijn grijper niet ver genoeg reiken om het dier in een keer in de laadbak van de vrachtwagen te laten kletteren. Daarom bonden ze een touw rond de achterbenen van het dode beest en trokken het lichaam het terrein over. Omdat het best vlotte sleepten ze het gelijk maar helemaal tot de oprit. Tussen de boxen door waar de levende paarden met gespitste oren en trillende neuzen het nog warme bloed van hun soortgenoot over de stenen zagen sijpelen. Buitengewoon humaan.
Er zijn volkstammen die de hersens van hun overwonnen vijand eten. Daarmee worden ze onoverwinnelijk. Er zijn ook stammen die een stukje van een geliefde dode opeten. Om die persoon met zich mee te dragen. En er zijn stammen die een dood lichaam stropen en de schedel op het hoofd dragen. Daarbij gaat het om dieren. Om eerbetoon. En macht.
Mijn vroegere paardenvriendin overwoog haar paard na diens dood te villen en als vloerkleed voor de open haard neer te vlijen. Misschien moet ik dat ook doen met mijn hond die geen koe is, ‘wanneer zijn tijd is aangebroken.’ Dan hoef ik hem niet op te eten, maar is hij toch altijd bij mij.