Heilige torens

We varen naar de werf. Ons schip is een dame van meer dan honderd jaar, zij behoeft aandacht. De scheepswerf in Delfzijl straalt rompen tegen de beste prijs. We arriveren op zondag. Mocht er leven zijn in Delfzijl, dan niet op zondag. De werf ligt vol gestrande schepen. Henk, de voorman, begint erover zodra hij maandagochtend aan boord stapt. Hij is juist terug van vakantie in de Achterhoek. Daar speelt hetzelfde, maar dan met stacaravans, zegt hij. Henk heeft zich niet voorgesteld.
De werft heeft een dwarshelling, we varen ons schip langs de staken zodat de bokken er precies onder liggen. Henk geeft aanwijzingen. Er staat een oude man op de kade. ‘Hier,’ roept hij. De man is kaal en klein, hij moet zijn stem verheffen om ons over het water te bereiken. Desalniettemin zwijgen wij. ‘Leg je lijn om die staak,’ beveelt hij. Henk trekt zijn roodgebloemde pet over zijn ogen en zegt niets meer. De man verdwijnt in een smal gebouw boven aan de helling. Zo moet een wachttoren in Oost-Duitsland er uit hebben gezien. Achter weerspiegelend glas roept de oude overbodige bevelen. Het gaat niet om waarheid, het gaat om aanzien. De oude man is de werfbaas. Langzaam trekt hij de kabels aan. Ons schip schuift krakend op het droge. De oude man glimlacht in zijn vesting.
Die week wordt ons schip nog drie keer verzet. De oude baas is met vakantie. Nu mag Henk in de wachttoren. Zodra hij zit klapt hij het raam open. Zo zien we hem beter op zijn koningstroon. Zijn eeuwige sjekkie bungelt aan zijn lippen. Tussen het bedienen van de kabels in scharrelt hij achter het raam. Ik verbeeld me hoe het eruit moet zien daar in dat hokje. Het is een geschikte plek om te bespieden. Maar ook om ontvoerde kinderen op te sluiten, verboden waar op te slaan of Oost-Europese vrouwen te martelen. Henk glimlacht onder zijn roodgebloemde pet.
Aan het einde van anderhalve week werven, sta ik met Henk op de helling. We kletsen over het werk. Dan nodigt hij me uit in de wachttoren. Voor het uitzicht. Mijn fascinatie is hem niet ontgaan. Ik weiger. Niet om Henk. Maar ik wil mijn fantasie niet vermoorden.