Satansinzicht

In de Boterhal in Hoorn staat een expositie van twee vrienden. Titel en thema: ‘Het licht rijst op uit de duisternis.’ De tentoongestelde werken zijn hels; de duivel hangt als een schaduw boven zes piepkleine, houten kinderbedjes en in een installatie aan de muur tikken hamers gaten in abstracte satanskoppen.
De vrijwillige suppoost van vandaag is een oudere dame die naar eigen zeggen ‘iets met kunst heeft.’ Wat is niet helemaal duidelijk; terwijl ze een paar van haar kennissen langs de werken leidt, blijkt dat ze er weinig over kan vertellen. Ter compensatie lacht ze hard en veelvuldig. Vaak lachen om niets kan duiden op ongemak. Ik vraag me af wat haar hier het meest beangstigt: de duivel of de kunst.
Wanneer ze haar ronde langs de werken afsluit, vat ze het als volgt samen: ‘Ach, alles is al bedacht hè. Alleen de uitvoering is anders.’ Ze lacht weer, het klinkt schel tussen de ingetogenheid die de beelden uitstralen. Even valt ze stil, ze lijkt na te denken over haar eigen woorden. ‘Eigenlijk is het net als bij mensen,’ zegt ze dan. ‘Die zijn ook allemaal hetzelfde. Ze zien er alleen maar anders uit.’
Kauwend op haar woorden loop ik naar de tweede verdieping. Daar, in het werk van een derde kunstenaar, wordt het inzicht van de zondagsuppoost geïllustreerd. In de hoek ligt een aandoenlijk ontspruitend takkenbosje dat bij nadere inspectie van oorsprong het frame van een paraplu blijkt te zijn. Alles is hetzelfde, het ziet er alleen maar anders uit; het inzicht blijkt ook voor dingen op te gaan.
Wanneer ik de boterhal verlaat, kijk ik stiekem nog eens goed naar de vrijwillige zondagsuppoost. Achter haar word ik gespiegeld in de glazen deur. Ik lijk fysiek niet op haar, zie ik. Innerlijk ook niet, hou ik mezelf voor. Wij zijn allen origineel. De satanskoppen grijnzen me venijnig toe wanneer ik vertwijfeld de deur dicht trek.