Gereserveerd

Ik liep met mijn hond over de dijk. Vlak voor het water, fluorescerend groen alsof het een modern schilderij betrof, stond een bankje. Er zat een man op. Hij keek naar mijn hond, die keek terug en liep door. ‘Zeg,’ zei de man tegen mij toen ik passeerde, ‘waarom zegt jouw hond mij niet gedag?’ Ik keek naar de man, er was niets vertrouwds aan zijn gezicht. ‘Misschien omdat hij U niet kent,’ opperde ik. ‘Onzin’, zei de man, ‘een beetje hond kent iedereen. Of doet tenminste alsof.’ ‘Mijn hond is geen allemansvriend,’ antwoordde ik.
‘Jouw hond lijkt op jou,’ zei iemand mij laatst, ‘gereserveerd.’ Dat laatste klonk niet als een compliment. Ik zocht het op, het woord ‘gereserveerd.’ ‘Terughoudend’, betekent het volgens van Dale. Met het woordenboek nog in de hand belde ik een van mijn vrienden. (Voor een gereserveerd mens heb ik er best veel). ‘Ben ik gereserveerd?’, vroeg ik haar. ‘Ja’, antwoordde ze, ‘door mij!’ Ik keek opnieuw in het woordenboek. Een tweede vertaling van het woord ‘gereserveerd’ is ‘voorbehouden.’ Wanneer dat om de exclusiviteit van vriendschappen gaat klinkt het woord ‘gereserveerd’ mij meer als compliment in de oren.
Gister werd mijn hond achternagezeten door een labrador. Niet bepaald gereserveerde types. Het bonkige beest wilde er niet aan dat mijn hond het contact niet zag zitten. Hij had iets zieligs, die goedbedoelende allemansvriend. ‘Het is toch best een lieve hond,’ hoorde ik mezelf zeggen. ‘Je kunt toch wel even aardig doen? Voor de vorm?’ Mijn hond trok met zijn lip. Aangezien hij nooit gromt, moet het een lach geweest zijn. Een smalende vermoed ik. Als ik iets leer van mijn hond dan is het dat vriendschap en dwang een slechte combinatie zijn. Of misschien heeft hij dat van mij geleerd.