Levensherkansing

Op de radio hoorde ik een programma over jonge, aankomende bankiers. Hen werd, via een spel, aangeleerd wat ethiek binnen het bankwezen is, en hoe je het kunt toepassen. De vragen waren zo duidelijk dat zelfs een onnozel kind er goed en kwaad in zou kunnen herkennen, maar voor een ambitieuze student viel het nog niet mee om antwoord te geven. Ze wilden graag Eerlijk zijn, zeiden ze. Met een hoofdletter, inderdaad.
Goede onderwerpen herken je direct en vervullen je met enthousiasme om er iets over te schrijven. Deze niet. Ik werd er zuur van. Ook ik kan niet leven zonder geld, maar de smaak van macht die ik bij de aankomend bankiers proefde, beviel me niet. Ik besloot dan ook te wachten op een beter schrijfonderwerp; een diepgaander, romantischer dan wel hoopgevender onderwerp.
Toch zette ik de radio niet uit. Luidkeels schreeuwde ik de studenten toe dat het onnozele halzen waren die zich lieten verleiden door de duivel, dat het hyena’s in de dop waren, rechtse ritselaars, verwende snotneuzen. Het luchtte niet op. Juist toen ik de knop alsnog wilde indrukken hoorde ik een meisje met een keurig stemmetje vertellen hoe het zat. Het was geen kwestie van de juiste keuze niet wíllen maken, het was een kwestie van niet kúnnen. ‘Soms is de situatie nu eenmaal zo is dat je keuzes beperkt zijn. De omstandigheden dwingen je dan gewoon te kiezen voor een oplossing die je als mens misschien niet eerlijk of ethisch vindt. Daar kun je zelf echt niets aan doen.’
Toen ik me, lang geleden, voorbereidde op de toelating tot de academie, werkte ik halve dagen voor een uitzendbureau. Omdat ik snel kon typen, belandde ik bij het toenmalige GEB. Op mijn afdeling heerste de mores van de kantoormentaliteit: verveling en de acceptatie dat zo nu eenmaal het leven is. Na een week van schuchter zwijgen, schraapte een meisje haar keel en maakte zich hakkelend op om iets griezeligs te gaan zeggen. ‘Als ik mijn leven over zou mogen doen, dan zou ik een andere keuze maken,’ zei ze. Haar collega’s keken haar sprakeloos aan. ‘Dan zou ik iets leuks gaan doen,’ voegde ze er met hoogrode wangen aan toe. Toen ik haar vroeg hoe oud ze was kon ik haar nauwelijks verstaan, zo zacht sprak ze. Of ze zes- of zevenentwintig was, dat durf ik niet met zekerheid te zeggen.
Uiteindelijk wordt dit toch nog een hoopgevende tekst. Want er schoot me een geweldige gedachte te binnen: het fijne aan het leven is dat je het iedere dag over kunt doen. En daarmee andere keuzes maken. En dat kun je helemaal zelf. Misschien kunnen ze dit idee in het bankiersspel opnemen.