Meer-pettig

Ik zag een interview met Jan Terlouw. De oud-politicus die ook kinderboekenschrijver en wetenschapper is. Hoewel hij niet alle vakken meer praktiseert, spreek ik bewust in tegenwoordige tijd. Dat komt omdat hij vertelde over een vraag die hem eens gesteld is. De verslaggever in kwestie noemde al zijn activiteiten op als waren het eigenschappen: u bènt politicus, u bènt schrijver, u bènt wetenschapper. De journalist kon drie beroepen en één persoon slecht rijmen en vroeg hoe dat in de praktijk ging.Terlouw stelde dat het een het ander aanvult: dat er een vaak verrassende stuifbekruising plaatsvindt. Voor de journalist was dat geen geruststellend antwoord, hij vroeg getergd: ‘Maar wat bènt u dan het meest?’
Zelf heb ik ook last van drie-dubbele-pettigheid. Wanneer een onbekende mij vraagt wat mijn beroep is, vermeld ik er doorgaans twee: schrijven en vormgeven. Als de persoon in kwestie daar goed op reageert, noem ik ook nog mijn tweedaagse hondenbaantje. Voor sommigen is dat een brug te ver. De conclusie dat teveel breedte een gebrek aan diepgang met zich meebrengt, heb ik meer dan eens gehoord. Zelf denk ik dat er ook parttime diepgang bestaat. Het is een kwestie van focussen, geen kwestie van tijd. Toen ik dat argument onlangs gebruikte werd ik weggehoond door een ‘fulltime manager’ die stelde dat ik mijzelf, noch mijn beroep (welke dat ook  mocht zijn) serieus nam zolang ik geen keuze maakte.
Ik stelde hem voor de kwestie naar het niet-zakelijke deel van het leven te verplaatsen. De man in kwestie was getrouwd, had kinderen en een sociaal leven. Hij was dus echtgenoot, vader, minnaar en vriend. Toen ik hem vroeg ‘maar wat bèn je dan het meest?’ raakte hij geïrriteerd. Zijn privéleven was iets heel anders dan zijn werkende leven vond hij: ‘Daarin ben je een totaal ander persoon.’ Hij liet mij achter met open mond van verbazing. Tot op heden heb ik die nog niet kunnen sluiten.