Roosendaalse maat

De sluis ‘Beneden Sas’ bepaalde ooit de ‘Roosendaalse maat’. Veel rivierklippers, na 1900 gebouwd, hadden de uiterste maat om er geschut te kunnen worden: 23 meter lang en 5,5 meter breed. De sluis was de enige toegang tot Roosendaal, alleen de Steenbergse- en Roosendaalse Vliet kronkelden door tot de stad waar de suikerindustrie hoog tij vierde. De sluis doorkliefde de zeedijk, scheidde zoet van zout, kalm van woest. Zeeuws water beukte de kust murw, het land verschool zich achter de dijken als een bang kind achter moeders rokken. Nu is ook het Volkerak zoet en kalm, de zeearm tot binnenwater verworden; hier is geen sluis meer nodig om het land droog te houden.
Wij naderen met windkracht 7. Open water met schuimkoppen, maar in de riviermonding rimpelig als oud vel in een tam bad. Net voor de oude, nu openstaande sluis steken de dukdalven als wachters uit het water. Gehavend zijn ze, het hout oud en verminkt, de bolder krom. Ik weet niet hoe lang ze hier al staan, het is bijzonder te bedenken dat onze klipper ruim honderd jaar geleden aan dezelfde dukdalven werd afgemeerd als wij vandaag doen. ‘Henriëtte’ zou het antwoord kunnen geven, maar zij zwijgt in alle talen. Hoe anders zou het leven er voor staan wanneer dingen konden spreken in voor ons verstaanbare woorden.
Langs een bunker uit WO II klimmen we de sluis op. Mijn hart is gespannen: ik zoek geschiedenis. De plek stond begin 19e eeuw bekend om haar ruige café waar tientallen schippers wachtten op hun beurt om geschut te worden. ‘Beneden Sas’ was vol mensen; geroep en gelach weerkaatste tussen de masten die als wijzende vingers de lucht in staken.
Nu wordt er geluidloos geroepen. Verbodsborden maken de dienst uit. In de huidige, minuscule gemeenschap tussen twee sluisdeuren, mag men niet zwemmen, niet barbecueën en niet vissen. Ook mag er niet gekampeerd worden en de hond moet altijd aan de lijn. Zelfs in de wintermaanden, wanneer het complex verlaten is, houdt de man in het enige bewoonde huis zijn twee goedige Golden Retrievers aan de lijn. Verwildering is een onwenselijke ontwikkeling in rechtlijnig polderlandschap.
Zelfs bij de voetgangersbrug hangt een bordje. Daarop staat, zonder leestekens of hoofdletters: ‘excuses voor de onleesbaarheid van het display hier wordt een afdoende oplossing voor gezocht’. Op de display zelf wordt vermeld dat de brug zich verplaatst 1 minuut nadat er op de rode knop gedrukt is. Ballorig druk ik de knop in en loop weg.
Na een nacht aan de dukdalven varen we door de openstaande sluis. De boeg van ons schip is de binnenste schutdeur al zo’n tien meter voorbij wanneer de roerbladen de buitenste passeren. Henriëtte is in 111 jaar te groot gegroeid. Ik verbeeld me dat ik haar hoor zuchten van herkenning. Maar ik zal het zelf geweest zijn in mijn verbazing hoeveel de tijd kan veranderen en er desondanks zo veel herkenbaars overblijft.