De laatste dag

Op de laatste dag blader ik het afgelopen jaar door. Ik kom een sterfgeval tegen, het begin van andermans scheiding, het einde van een vriendschap. Die gebeurtenissen staan niet zo genoteerd, nee, ze staan vermomd in mijn agenda, als iets onschuldigs. Als een eet-afspraak bijvoorbeeld, of als een bij-praat wandeling in het bos. Dat die ontmoetingen het begin zouden blijken van naderende rampspoed, wist ik niet toen ik de afspraak noteerde. De tijd is een stille. Pas achteraf geeft ze open kaart over iets wat al gaande was op het moment dat het nog niets leek.
Toch lijkt er meer onveranderd dan veranderd op de laatste dag. Ook op deze eindejaarsvaart is het water koud, blaast de wind witte golven op het heldere blauw. Nog steeds staan de dukdalven als wachters voor de sluis, de verweerde koppen ongenaakbaar naar de hemel gericht. Ook nu kleeft aan de neus van de Henriette een snor wanneer haar boeg door het water snijdt, klinkt diep in haar buik de cadans van de motor, als een geruststellende hartslag.
De agenda voor 2014 is nog onschuldig. Onwetend van afspraken die het begin zijn van iets groters, zoals op de volgende laatste dag blijken zal. Ik blader door de onbeschreven bladzijden, mijmerend over wat komen gaat. Op het dek ligt mijn hond. Hij glimlacht. Hij weet dat het modderpad tussen de meren verderop wacht om genomen te worden. Dat is alles. Zijn agenda loopt niet verder dan hier en nu. Van laatste dagen heeft hij geen last. Een dier is een gezegend schepsel.