Camouflage-romantiek

Een bekende toonde mij onlangs zijn nieuwe schoenen. Ze waren enorm duur, zei hij, zoiets als een weekendje Parijs voor twee personen. Aangezien hij niet het type is dat op een camping verblijft en een snackbar bezoekt om de maag te vullen, kon ik een indicatie van het bedrag vermoeden. Toch was de prijs niet hetgeen me verbaasde: alhoewel nogal gangbaar, waren het duidelijk dure schoenen waar het leer en pasvorm aanging. Wat me de rest van de dag bezig hield was het imago dat ze wilden uitstralen: dat van een klusser die flink op dreef was. De designschoenen zaten onder de –zorgvuldig opgebrachte- verfspetters.
’s Avonds beschreef ik ze aan een vriendin. ‘Verhulling,’ zei ze, ‘het is net als met honden, die rollen graag in iets wat hun eigen geur maskeert. Ook een poedel wil op een wolf lijken.’
Ik vond het een mooie uitleg, maar niet afdoende.
Het bevredigende antwoord kreeg ik laatst van de kippenboer.Rechts op zijn stal, prominent in beeld, stond een grote mand met eieren. Ze zagen eruit alsof ze zo van onder een in het wild levende kip vandaan kwamen: strootjes en veren plakten op de eieren van diverse kleuren en afmetingen. Op een leitje stond de prijs. ‘Wel duur,’ zei ik tegen de kippenman, ‘voor een paar eieren.’ Zijn antwoord kwam zonder aarzelen: ‘Mevrouw, ik verkoop geen eieren, ik verkoop romantiek.’
Ik keek hem onnozel aan. Hij zuchtte, het was zo eenvoudig. Met priemende vinger wees de kippenboer op het andere deel van zijn stal. ‘Als je liever de naakte werkelijkheid hebt: die ligt daar,’ zei hij. Een stapel geplukte kipkadavers lag in een rijtje naast elkaar, ze leken allemaal eender.
Neuriënd pakte de marktman een doosje eieren in, hij stopte er nog wat extra strootjes bij voordat hij het me aanreikte. ‘Leuk toch?’
De dode ogen van de  kippenkadavers prikten in mijn rug toen ik de markt afliep.