Corine Nijenhuis

Making of De strijd om het IJ admin 04/02/2026

Making of De strijd om het IJ

Het land van Marken is plat, breed en helgroen. De schapen in het opgeschoten gras lijken op her en der neergegooide witte keien. Ze liggen, staren en herkauwen. De beesten zien geen water achter de dijk die het eiland omvat, net zomin als ikzelf. Alleen de masten van de passerende zeilboten verraden dat de binnenzee vlakbij is. Vanaf de vuurtoren strekt zich tussen de dijken een brede strook van groen gewas uit, geflankeerd door sloten vol gele plomp. Een kanaal van gras. Het vraagt verbeeldingskracht er zeeschepen in te zien varen. Er staat een gele graafmachine in zondagsstand, zijn bek rustend op de aarde. Hier ploeterden de poldergasten – de grondwerkers die van heinde en ver kwamen om de kanalen te graven – met enkel puthaken en kruiwagens in de donkere geul die almaar breder en dieper werd en het eiland in tweeën spleet. Twee eeuwen geleden. (pagina 9/10)

‘Heb jij wel eens nagedacht over een publicatie over het Goudriaankanaal en haar schepper?’ Ik las de woorden van een bevriend theatermaker op mijn telefoonscherm. Ik had nog nooit van het kanaal gehoord. Omdat wij de interesse voor mislukte waterbouwkundige projecten delen, ging ik op onderzoek uit. Eerst digitaal. Wat ik las had direct mijn interesse: het Goudriaankanaal bleek een zo goed als voltooid kanaal dat nooit in bedrijf gesteld is. Het is op topografische kaarten uit de 19e eeuw terug te vinden als een gekromde streep die Waterland en het eiland Marken doorsnijdt hoewel er geen schip door gevaren is. Er heeft zelfs nooit water in gestaan.

Ik stak het IJ over om te kijken wat er nog van terug te vinden is.

Goudriaankanaal ontwerp
Goudriaankanaal ontwerp
topograische kaart met het Goudriaankanaal
topograische kaart met het Goudriaankanaal

Ik volg een spoor dat op sommige stukken onzichtbaar is en op ander delen niet na te lopen valt. Daar is het grasland enkel voor de beesten, geen mens die door de weilanden mag, ook niet om de restanten van een vergeten geschiedenis te zoeken.

Ik kijk door een bril waarvan het ene glas modern is en het andere twee eeuwen oud. Drie aan elkaar vastgegroeide huisjes in het midden van een droge waterweg, een fietspad met witte stippen door een kanaal van riet met hier en daar een berenklauw. Een vaart vol vogels, te ondiep zelfs voor een opblaasboot, een straatlantaarn legt een schaduw op stilstaand water dat te smal is voor een plezierjachtje. In het hier en nu zie je geen klapperende zeilen boven het groen, geen stoomwolken uitblazende paarden op een jaagpad. Tweehonderd jaren zijn er verstreken, Waterland is de groene achtertuin van de stad Amsterdam geworden. Wat zou ervan geworden zijn als de geschiedenis zijn geplande loop gehad had?

Kijk je met andere ogen naar een gebied waarvan je de uitgewiste historie kent? (pagina 11)

Marken, Goudriaankanaal 2025
Marken, Goudriaankanaal 2025
Waterland, Goudriaankanaal 2025
Waterland, Goudriaankanaal 2025

Wie kijkt met kennis kan – soms – het verleden waarnemen. Zo vond ik het Goudriaankanaal, een verbleekt litteken in het landschap. ‘Het litteken van de kanalenkoning,’ schreef ik in mijn notitieboek, want het behoort tot de lange reeks kanalen die Willem I tijdens zijn koningschap heeft laten graven. Ik besloot dat het onderwerp de moeite waard was om te onderzoeken, om te ontdekken of het groot genoeg was voor een boek. Er bestaan meer ongebruikte waterwerken in ons land, en hoewel ook daarbij de geschiedenis van de mislukking vaak interessant genoeg is, lenen ze zich niet allemaal voor een lang verhaal. Maar het Goudriaankanaal bleek een breder project dan alleen de waterweg: er was ook een afdamming en een drooglegging bij bedacht. Daarnaast wekte het project verwondering: waarom een kanaal graven dat uitkomt in de Zuiderzee terwijl, enkele jaren eerder, het Noordhollandsch kanaal was geopend waardoor de scheepvaart die ondiepe en lastig te bevaren zee kon vermijden?

plan Goudriaankanaal
plan Goudriaankanaal
IJdam onderdeel plan Goudriaankanaal
IJdam onderdeel plan Goudriaankanaal
Noordhollandsch kanaal van Jan Blanken
Noordhollandsch kanaal van Jan Blanken

Al snel werd duidelijk dat de geschiedenis van het Goudriaankanaal een verhaal is waarin twee mannen een bepalende rol spelen: Adrianus François Goudriaan en Jan Blanken. Het gegeven dat de ingenieurs de hoogste positie binnen de Waterstaat moesten delen spreekt tot de verbeelding, maar dat ze in die beleidsbepalende functie als Inspecteur-Generaal al haast twintig jaar weigerden met elkaar te communiceren, maakt hun verhouding intrigerend. Ze konden elkaar niet velen maar ook niet ontlopen. De mannen waren, direct na hun niet uitgesproken conflict over het ontwerp van een waaiersluisdeur in 1808, tot elkaar veroordeeld door de man die de derde speler in de geschiedenis van het mislukte kanaal blijkt te zijn: Willem I. De kanalenkoning.

Adrianus François Goudriaan
Adrianus François Goudriaan
Jan Blanken
Jan Blanken
Koning Willem I
Koning Willem I

Tijdens mijn onderzoek kwam een vierde partij naar voren die een belangrijke rol speelt in het verhaal. De stad Amsterdam. Want het Goudriaankanaal bleek de oplossing te moeten brengen van een probleem dat gedurende decennia almaar groter geworden was: het dichtslibben van het IJ. Amsterdam dreigde onbereikbaar te worden voor de scheepvaart. De bewindvoerders zochten weliswaar naar een oplossing maar weigerden op te geven wat voor de stad zo belangrijk was: het open havenfront.

Het water klotst in donkere golven tegen de dubbele palenrij van het open havenfront. Het bouwwerk markeert de grens tussen de stad en het IJ, tussen binnen en buiten. Over een kwartier zullen de bomen worden neergelaten. Dan zullen de boomwachters in de boomhuisjes luisteren naar de verwensingen van de stadse varensmannen omdat hun de toegang onmogelijk gemaakt wordt door de met ijzer beplate, houten balken die drijven tussen de staanders van de dubbele palenrij. Ze zullen de schouders ophalen en minzaam glimlachen. Of terugschelden dan kan ook, afhankelijk van hun aard en humeur. Maar de boom openen om een verlate schipper door te laten, dat doen ze niet. Iedereen weet dat de stad om halftien afgesloten wordt en dat het enige wat daarna nog binnen kan, het water is. Het is zaak op tijd te zijn. (pagina 52)

Het idee om het Amsterdamse verdedigingswerk af te breken, de gedachte om het open havenfront af te sluiten met een dijk waardoor de achterliggende havens en dokken alleen nog bereikbaar zouden zijn via traag werkende sluizen – het ontwerp van Jan Blanken – was zo ongepast dat het de stadsraad woedend maakte. Maar het bleek nog erger te kunnen, want 18 jaar later kwam Adrianus Goudriaan met een nog veel verdergaande oplossing van het aanslibbingsprobleem: hij wilde de zeearm het IJ afdammen en een kanaal graven dat dwars door Waterland en Marken liep. Die gedurfde plannen maakten dat eerst Jan Blanken en vervolgens ook Adrianus Goudriaan de vijand van de Amsterdamse machtshebbers werden.

Amsterdam - open havenfront
Amsterdam - open havenfront
Amsterdam - open havenfront met alle bomen
Amsterdam - open havenfront met alle bomen

Daarmee ontstond het idee dat het verhaal van het Goudriaankanaal een soort schaakspel is tussen vier partijen die allen een andere visie hadden hoe het debacle van het dichtslibbend IJ en de achterliggende havens op te lossen. De strijd tussen Blanken, Goudriaan, Willem I en de stad Amsterdam werd het fundament van de vertelling in dit boek.

Onderzoekend ontdekte ik dat de geschiedenis van het mislukte waterwerk veel groter was dan het Goudriaankanaal alleen; dat blijkt uiteindelijk het slotakkoord te zijn. De problemen voor de scheepvaart om de Zuiderzee over te komen met als hoogtepunt het verondiepte Pampus, de angst van de stad Amsterdam dat het Noordhollandsch kanaal haar handelspositie nog verder zou verminderen, de watersnoodramp van 1825 die heel Waterland onder water zette; ze bleken beslissend voor de loop van de geschiedenis. En ze leverden geweldig materiaal op. Ik stuitte op een baggercompetitie, op een overstroming die veel langer duurde dan nodig vanwege een leugen, een opstand van honderden poldergasten waarbij een aannemer met een Walcherse paal werd doodgeslagen. Ik las over moddermolens, rosmolens, scheepskamelen. Het leverde genoeg materiaal op om een beeldend verhaal te kunnen schrijven.

moddermolen
moddermolen
rosmolen
rosmolen
rosmolen doorsnede
rosmolen doorsnede
Amsterdamse moddermolens
Amsterdamse moddermolens
moddermolen
moddermolen
moddermolen
moddermolen
moddermolen op het IJ
moddermolen op het IJ
rosmolen
rosmolen
fregat scheepskameel
fregat scheepskameel
fregat in scheepskameel
fregat in scheepskameel

Het leukste aan het maken van een boek vind ik het vinden van het verhaal. De spanning van het ontdekken is een grote motivator tijdens het lange proces om van dat verhaal een boek te maken. Om mijn nieuwsgierigheid en verwondering zo lang mogelijk te behouden, begin ik al met schrijven tijdens het researchen. Daardoor kan het gebeuren dat de arena waarin het verhaal zichzelf al opschrijft gaandeweg verandert door het vinden van nieuwe informatie.

Bij De strijd om het IJ was dat het geval. Door meer zicht te krijgen op de hele geschiedenis verschoof het perspectief. Het werd duidelijk dat het conflict tussen de vier partijen veel groter was dan eerst gedacht. De groeiende vijandschap tussen Blanken en Goudriaan bleek een bepalende factor, net als de moeizame verhouding tussen Willem I en de stad Amsterdam.

De menselijke drijfveren werden belangrijker, wat een meer persoonlijke benadering van hen vroeg. Met alleen harde feiten kon ik de motivatie van Blanken en Goudriaan niet invoelbaar maken. Mijn oorspronkelijke weerstand om hen als personages op te voeren omdat ik ze te beroemd vond, vervloog uiteindelijk door de vraag die ik steeds vaker hardop stelde: wat zouden ze er zélf van gevonden hebben?

Uiteindelijk veranderden zij van abstracte figuren uit de vaderlandse geschiedenis in personen van vlees en bloed. Mannen met motivaties, met gedachten en emoties. Zij hebben een grote Nederlandse geschiedenis teruggebracht tot de menselijke maat die ik voor ogen had toen ik begon te schrijven over de mislukking van het Goudriaankanaal. Ik ben ze er dankbaar voor.